dinsdag 7 september 2010

Kwartaal Brochure -nr.2- Winter 2010 - 2011

(13-12-2010)


BIJ DE VOORPLAAT:

OVER DE BERG MERU

OP EEN PUNT VERSCHIJNT GELEIDELIJK HET EERSTE LAND, BOVEN DE GROTE OCEAAN VAN DEINEND LAUW WATER; HET IS DE PIEK VAN DE BERG MERU. IN SOMMIGE VAN DE VROEGE LITERATUUR WERD DEZE BESCHREVEN ALS DE KAP VAN DE NOORDPOOL. HET IS ECHTER DUIDELIJK DAT HET NIET DE PIEK IS VAN DE GEOGRAFISCHE NOORDPOOL MAAR VAN DE SPIRITUELE POOL VAN DE AARDE. DIT IS HET ONSTERFLIJKE HEILIGE LAND DAT NU IN DE GOBIWOESTIJN LIGT.
HET WORDT OOK WEL HET LAND VAN DE DEVA’S GENOEMD, SHVETADVIPA, HET WITTE EILAND, HET CENTRALE LAND, EN SOMS JAMBUDVIPA, DE NAAM DIE AAN DE AARDE IN Z’N TOTAAL IS GEGEVEN.

DE PARSI’S NOEMEN HET AIRYANA, EN CLAIMEN TERECHT DAT HUN GROTE PROFEET ZARATHUSTRA DAAR IS GEBOREN.

VANUIT DE BERG MERU KOMEN ZEVEN GROTE LANDTONGEN WAARAAN SOMS DE NAAM PUSHKARA IS GEGEVEN, HOEWEL DIE NAAM EIGENLIJK BIJ HET ZEVENDE CONTINENT HOORT —DAT NATUURLIJK PAS ZAL VERSCHIJNEN ALS DE TIJD VOOR HET ZEVENDE RAS IS GEKOMEN.

ELK MENSELIJK RAS WORDT IN DIT LAND GEBOREN, ONGEACHT WAAR HET NA DE GEBOORTE NAAR TOE WORDT GELEID. HET KLIMAAT IS BESCHREVEN ALS DAT VAN EEN UITGELEZEN LENTE.

UIT hoofdstuk xxxi,
de aarde: het eerste wortelras
VAN A. POWELL
---------

De Wetenschap van het Geluk
(N. Sri Ram)


Het zoeken naar geluk is universeel en constant. Alle mensen, alle dieren, zelfs alle planten zijn er mee bezig. Geluk is blijkbaar een natuurlijke staat en wordt als zodanig aanvaard als het zich voordoet. Het is pijn die vragen oproept. Maar pijn is een grote wakkermaker. Het brengt een schok teweeg bij de ronde bal in het ronde gat die de bal optilt en weer aan het rollen brengt. Elk pleziertje waarin we opgaan is tot op zekere hoogte een opiaat. Het verdooft de zenuwen van ons bewustzijn steeds meer.

Ondanks deze tamelijk succesvolle universele zoektocht is geen mens gevrijwaard van verdriet. Elk krijgt zijn deel. Het komt vroeg of laat. Vreugde en verdriet, net als licht en schaduw, kruisen elkaar in ieder individueel leven. Soms krijgen we bezoekingen, zoals het verlies van vrienden of fortuin, onverdiende laster, tegenslag; maar veel van ons ongelukkig zijn wordt dagelijks door onszelf in het leven geroepen. Wij willen wat wij niet hebben, we streven koortsachtig naar wat we niet nodig hebben. We maken ijverig het bed op van onze eigen teleurstellingen. Dit alles zelfs wanneer we niet in een kwaadaardige gewoonte vervallen die onze ondergang teweegbrengt. In het beste leven is er een leegte, groot of klein, die ervaren wordt als eenzaamheid en die de betrokkene tracht te vergeten. Onze levens worden overschaduwd door diepe onbewuste angsten.

Is er een manier om, zonder dat er leegte is, geluk te bereiken dat blijvend is en dat wij niet zouden willen verruilen voor welke andere zegen dan ook? De theosofie is in een positie om deze vraag te beantwoorden, en als ik theosofie zeg, wil ik ook uitleggen dat het niets anders is dan de synthese van alle beschikbare kennis, ook al verschilt deze van sommige huidige denkbeelden die een mengsel zijn van halve kennis en blinde irrationele veronderstellingen. Geluk is de kwaliteit van het Leven en het ontstaan door de ervaring van het leven als een vrije levensstroom. Het is pijnlijk wanneer deze stroom stokt, wanneer het leven in welk organisme dan ook weerhouden wordt van behoorlijk functioneren. In het kort is leven vreugde en de beperkingen waarbinnen het leven geleefd moet worden bezorgen pijn. Er is een wonderlijke vreugde in de natuur waar het leven vrij is, zoals iedereen kan zien in het gezang en de bewegingen van vogels en dieren, ofschoon er pijn is wanneer een van hen een andere grijpt om te doden. Maar de pijn is van voorbijgaande aard. Het leven in de natuur is een reeks avontuurlijke spanningen, een toonbeeld van volmaakte gezondheid en een zorgeloos instinct. Wij ervaren een soortgelijke fysieke vreugde wanneer wij in uitmuntende gezondheid verkeren en wanneer wij de veelzijdige capaciteiten van het lichaam kunnen gebruiken, zoals bij atletiek en danskunst.

Er is de vreugde van de emoties wanneer wij een voorwerp van schoonheid waarderen, of geroerd worden door bewondering voor iets, wanneer wij de opties van sympathie en liefde uiten. Er is vreugde van het intellect bij het scheppen van iets, waarvan we voelen dat het de moeite waard is, of zelfs maar bij het inzetten van onze capaciteiten om dit te bereiken. De vreugden van de emoties en het verstand zijn groter dan die van het lichaam, wanneer zij gescherpt zijn tot het vereiste niveau, zoals wij zelf kunnen ervaren. In een stemming van geweldige emotionele of mentale verhevenheid heeft geen enkel pleziertje kan de zintuigen, dat normaal zo verlokkend is, enig vermogen ons te verleiden. In een stemming van volkomen zelfverloochenende liefde, die bereid is alles op te geven voor het geliefde object, verdwijnt alle seksuele hartstocht, die zozeer geassocieerd wordt met liefde, volkomen. Het leven is creatief op ieder niveau, of het nu van vorm of van bewustzijn is, en er is creatie wanneer er een voltage is die hoger is dan de noodzakelijkheden van de bestaande vorm. In zuivere liefde is er een intensiteit van vreugde die transformeert, omdat alle barrières doorbroken worden. Jammer genoeg wordt geluk verward met genot. Verlangen is de ervaring van een behoefte en is een product van gebrek; wanneer de bevrediging komt, is zij kortstondig en biedt ruimte voor een tegenbeweging die evenredig is aan haar kracht. Wij zijn opgewonden op de toppen van onze zenuwen en ongelukkig in ons hart, terwijl geluk het wezen vervult, opstijgend als een bron van binnen uit.

Wanneer een mens waarlijk gelukkig is, is er geen verlangen meer in hem naar welke stimulans dan ook van buitenaf. Hoe meer wij naar geluk jagen, hoe ongelukkiger wij zijn. Verlangen herhaalt zich eindeloos, of het nu verlangen is naar drank, seks, bezittingen of macht. Het ontstaat, groeit, wordt gelest door bevrediging en ontstaat opnieuw. Dit is de kringloop van het verlangen. Wanneer geluk inherent is aan het proces van leven en aan de vrije stroom van het leven, is er de hoogste vreugde, dan is een staat van geluk een ware staat van vrijheid – niet alleen vrijheid van uiterlijke beperkingen, maar een innerlijke vrijheid van iedere ingewortelde pijn, iedere psychologische verplichting, elk hevig verlangen, elke vorm van beweging die een mens isoleert van zijn omgeving.

Leven, vrijheid en geluk gaan samen. In de Indiase filosofie wordt het ultieme levensdoel, dat geïdentificeerd wordt met volmaakt geluk, om praktische redenen beschreven als bevrijding. Het is niet alleen bevrijding van de krachten van het eigen verleden van de mens, dat door hemzelf geschapen is, maar ook van de impulsen van zijn voorbije gewoonten, fysiek, emotioneel en mentaal, waardoor hij in het verleden alle complicaties, in alle opzichten en leegten verwierf, die gedachten onderdrukken of toevoegen en die de gevoeligheid van de mens doen afnemen.

In essentie is geluk een ervaring van harmonie. Er zit een gevoel van volmaaktheid in. Er is altijd harmonie in elke reeks van omstandigheden waarin het leven zich manifesteert. Wanneer er een gebrek aan harmonie is, aan coördinatie, hetzij in lichamelijke processen of in de geest, dan stroomt het niet. Aan de andere kant, hoe rijker de harmonie, hoe dieper het geluksgevoel.

Er is geen geluk in ons leven, omdat er in onszelf geen harmonie zit. Onze gedachten zijn verbrokkeld en dissonerend en worden in verschillende richtingen getrokken door de krachten waaraan wij toegeven. De behoefte aan genieten is egoïstisch en bepaalt de koers van ons handelen. Het verlangen ernaar – niet het ervaren ervan – is eindeloos en veroorzaakt verdriet. Alle verlangen is dwangmatig en beperkt het bewustzijn.

De grootste vreugde is die van de mens die het verlangen overstegen is. Het geluk van zo’n mens kan onmogelijk beperkt worden, het is van geen enkel uiterlijk voorwerp afhankelijk en het is onverwoestbaar. Wanneer wij geluk zoeken voor onszelf, zoeken we alleen pleziertjes. We doen dat om een leegte binnenin ons te vullen die niet van buitenaf kan worden vervuld. Wanneer we trachten geluk te scheppen voor iemand anders, ontstaat er een beweging binnenin ons, die onze innerlijke bron bevrijdt en ons vervult met de wateren des levens. Gezegend is de mens die niets voor zichzelf zoekt dat niet voor het welzijn van allen is.

Uit:Theosophy in New Zealand, sept.1996

***
Er is slechts één Waarheid, één Realiteit.
Er is geen aparte God of Waarheid voor elke godsdienst in de wereld, net zo min als er een aparte zon of maan voor de astronomen van verschillende naties zou bestaan.
Om die ultieme spirituele Waarheid te ontdekken moeten wij haar tegemoet treden met dezelfde strengheid waarmee de wetenschapper zijn of haar proefnemingen uitvoert.
--------------------------------

“Het geheim des levens”
Essays van Prentice Mulford

Gedachten zijn Dingen
Over Prentice Mulford:
(Blz.15-16)

Als Prentice Mulford één zin uit al zijn werken had afgezonderd om blijvend te laten getuigen van zijn hoogste bedoelingen hier op aarde, dan zou het beste zijn: “Gedachten zijn dingen”. Er is in ons en om ons heen, ondoorgrondelijk in het heelal verborgen, een fijne subtiele gedachte-ether, nu en dan slechts zichtbaar voor hen, wier helderziende ogen gedeeltelijk zijn geopend voor de innerlijke werkelijkheden.

In deze ether planten zich voort de golven, die gedachte, verbeelding en visie aan de mensheid brengen. Als iemand denkt, vormt hij in zijn gedachtenkring werkelijke beelden, die door deze subtiele ether worden opgenomen en dan in aanraking komen met andere golven en beelden, die op de denkende mens reageren.

En wat meer is, juist in de mate dat wij gedachten uitzenden in de trillende ether, trekken wij ook weer gedachten naar ons toe. Soort trekt soort. Reactie moet op reactie volgen, en iedere gedachte keert terug naar de denker.

Dus wanneer iemand de moed heeft verloren en wanhoop of neerslachtigheid zich van zijn gedachte meester maakt, zullen diezelfde soort trillingen, door de gedachte-ether zwevend, weer tot hem terugkeren. Hoe meer hij dus toegeeft aan een moedeloze, grommende, hopeloze stemming, des te moeilijker zal het hem vallen om uit deze doffe atmosfeer verlost te raken.

Inderdaad hebben sommige mensen ondervonden dat het werkelijke beeld van hun gedachten hun, wanneer zij in een bijzonder kalme geestelijke toestand verkeren, duidelijk voor ogen kwam.

Voor Prentice Mulford’s geestelijke blik was de ruimte om en boven hem steeds bevolkt. Nergens in de natuur is een ruimte die ongebruikt blijft, en in de sfeer rondom ons, onzichtbaar voor het materiële aanschouwingsverrmogen, worden drama’s afgespeeld, slagen gevoerd en machtige gedachtebewegingen begonnen, die later in de wereld van de stof worden voortgezet, - denken wij er dus vóór alles aan dat “Gedachten dingen zijn”.

Hierin ligt, volgens Mulford de betekenis vervat in de woorden uit het Nieuwe Testament: “Zoals de mens denkt, zo is hij”. In de geest van ieder wordt opgebouwd, wat daarna tot uiting wordt gebracht door het lichaam. De schoonheid of gebrekkigheid van onze uiterlijke omhulsels, gezondheid of ziekte, zijn slechts de uiterlijke verschillende gebeurtenissen.

Als u volhoudt om alles in de toekomst licht en hoopvol in te zien, zult u veel licht en blijheid naar u toe trekken, hoe weinig bedeeld met aardse goederen u ook mocht zijn.

Tracht u niet als arm of onvermogend voor te stellen en besteed uw weinige geld met oordeel, breng om u heen een atmosfeer van welslagen en van geluk, en u zult in elk opzicht meer oogsten dan u nu vermoedt.

***

"Woorden zijn levende dingen, die vorm, ziel en geest of leven bezitten; hieraan zou u altijd moeten denken wanneer u ze gebruikt”.
"Discipelschap in het Nieuwe Tijdperk" –de Tibetaan- (Alice A. Bailey, blz 113)

--------------------------------

De Mensheid – de sleutel tot alle evolutionaire processen.
In de leringen van de Tijdloze Wijsheid lezen we dat er vele stadia zijn in het evolutionaire proces op deze planeet; de mensheid is daarvan slechts één stadium. Er wordt nochtans ook gezegd dat de mensheid de sleutel heeft van het gehele evolutieproces.

Dit idee wordt verduidelijkt in de volgende uiteenzetting: “de grondtoon van de Heer van de Wereld is daarom de MENSHEID, want zij maakt de basis, het doel en de wezenlijke innerlijke structuur van al het zijn uit. De mensheid is zelf de sleutel tot alle evolutionaire processen en tot het gehele juiste begrip van het goddelijke Plan, waar zij het goddelijk Doel in tij en ruimte tot uitdrukking brengt”( Telepathie en het Etherisch Lichaam, blz. 126). Op dezelfde bladzijde staat er een nog grotere oproepende verklaring, “…dat iedere levende of geopenbaarde levenseenheid – van de planetaire Logos tot aan het nietigste atoom toe – of en mens is geweest, en er een is, of zal worden ….
Daarom is het feit van de mensheid en van datgene wat de mensheid voorstelt waarschijnlijk het eerste en voornaamste aspect van het goddelijk doel … dat de maat en de grootte van een menselijk wezen aangeeft”.
Dit houdt in dat het menselijk wezen een directe verantwoordelijke taak te vervullen heeft ten dienst van de goddelijke Schepper.

Indien de mensheid de sleutel is, dan moet er eerst een betekenisvolle gebeurtenis plaatsgrijpen. De betekenis ligt in de werking van de sleutel. Een sleutel is ontworpen en gemaakt om in een specifiek slot te passen. Wanneer er met de sleutel wordt gedraaid dan wordt het mechanisme in het slot omgedraaid en de grendel komt vrij. Hetgeen het slot gesloten hield is dan vrij om open te komen. De mensheid, als sleutel, is ontworpen voor zo’n bedoeling; om de ingesloten geestelijke energieën van het goddelijke licht, liefde en de macht van de wil te ontsluiten en vrij te maken. Deze drie energieën drukken over de hele wereld de glorie van God uit.


Gebruik het materialisme niet op een manier waardoor de ene persoon of groep van een andere gescheiden wordt, maar op een manier, door een gezamenlijke inspanning, waardoor zij tezamen gebracht worden in een harmonieuze verhouding

De mensheid moet zich nu als een sleutel gedragen en haar innerlijke mechanisme omdraaien en haar aandacht van het bewustzijn in een nieuwe richting verplaatsen. Gedurende miljarden jaren werd de klemtoon van het menselijk bewustzijn gelegd op het verbeteren van de stoffelijke uitdrukking, of op de materiële manier van leven van de mensheid. Dit was juist en noodzakelijk, gezien het stadium van bewustzijn. Maar de omstandigheden zijn nu zo gekristalliseerd dat de inherente kracht van de stoffelijke wereld meer invloed uitoefent op de menselijke activiteit dan zou mogen. En deze krachtige invloed komt in conflict met de toenemende invloed van de ziel. Dus indien de mensheid haar goddelijke taak als sleutel gaat vervullen moet het haar aandacht verplaatsen naar het innerlijke, en het slot ontgrendelen van de materialistische invloed op het bewustzijn en de verfijnde kwaliteiten van de ziel vrijmaken zodat deze in de uiterlijke wereld kunnen uitstralen. De krachtige energieën van de ziel moeten het menselijke gebruik aan de substantie van de stoffelijke wereld wijzigen. Met andere woorden, gebruik het materialisme niet op een manier waardoor de ene persoon of groep van een andere gescheiden wordt, maar op een manier, door een gezamenlijke inspanning, waardoor zij tezamen gebracht worden in een harmonieuze verhouding; dit zal de energieën van het goddelijke Licht en Liefde in staat stellen om vrijelijk te stromen en over de hele wereld uit te stralen.

Wat we nodig blijken te hebben, opdat de mensheid zich als de sleutel gaat gedragen, is een nieuwe “Copernicaanse revolutie”. In de zestiende eeuw vernietigde de astroom Copernicus de aangenomen illusie uit zijn tijd dat de zon rond de aarde draait; hij bewees dat de verhouding tussen de zon en de aarde in feite net het tegenovergestelde was. Op een zelfde manier is ons zelfgecentreerd bewustzijn gericht op het aanvaarden van het idee dat alle leven te maken heeft met de stoffelijke wereld, wanneer de werkelijkheid in feite het tegenovergestelde is. De godheid staat in het centrum en het stoffelijke leven wentelt en ontplooi zich om Hem heen. Dit geestelijk centrum ligt achter de derde dimensie. We moeten onze aandacht wentelen en keren naar de innerlijke zielenrijken van het leven; onze plaats innemen achter de derde dimensie van het bewustzijn; en de stoffelijke wereld slechts zien als de uiterlijke natuurrijken van verlossende activiteit, als de plaats die mogelijk de glorie van God uitstraalt doorheen het mensenrijk. Enkel de grotere verlossende kracht van de ziel kan de sleutel omdraaien.

(Driehoeken - Bulletin nr.171 -2010-)
***

Vragen en antwoorden
William Quan Judge

“Kan men vorderingen op het Pad maken zonder het vermogen te bezitten in het Astrale Licht te zien, of zonder zich van iets, dat buiten het normale valt, bewust te zijn?”

Men kan gedurende een geheel leven op “het Pad” voortgaan, zonder bewust in het Astrale Licht te zien. Doch alle mensen zien daarin, want ieder die droomt doet dit, terwijl het lichaam slaapt en niet voor indrukken ontvankelijk is.

Men kan “Het Pad” over grote afstand begaan, zonder te zien, want ieder werkt niet op dezelfde manier. Enkele horen, mogelijk “eeuwen voor zij zien”, of gevoelen lange tijd voor zij horen of zien. Men gebruikt het werktuig dat op een bepaalde tijd het doelmatigst is.

Wij kunnen de gehele dag volgen zonder iets buitengewoons te herkennen of verschijnselen te ontmoeten. De buitengewoonste dingen worden in het aller-gewoonste ontdekt en over het hoofd gezien door hun schijnbare vertrouwdheid. Als het begrip op het natuurlijke is gericht, ontdekt men het bovennatuurlijke of bovenmenselijke.

Alle vraagstukken zijn belangrijk zolang zij onopgelost blijven, doch eenmaal zullen alle een oplossing vinden. Het vraagt van onszelf geduld, want dikwijls komt het antwoord niet voor er jaren na het stellen van de vraag verlopen zijn.

Wat is de ware Wil?
Is hij een vermogen van de ziel?
Wat moet ik onder de Goddelijke Wil verstaan en hoe kunnen wij onze eigen wil met de Goddelijke verenigingen?
Is hij iets dat we nu nog niet kennen of kunnen we zijn kiem ontdekken in onze eigen wil of is hij een instinctieve beweging van de ziel?

1. De aan de mens bekende wil is de kracht, die hij aanwendt om zijn doel te bereiken – hij gebruikt hem blind en onwetend – en altijd ter willen van het zelf. Hij wordt als een brute kracht aangewend. In zijn gewone gebruik is er weinig in te ontdekken, dat de persoonlijkheid verder opheft dan tot het bereiken van stoffelijke resultaten. Zijn bron ligt dan in de lagere elementen van de ziel.
De ware wil is een geconcentreerde kracht die voortdurend doch weldadig werkt, en ziel en persoonlijkheid beheerst, doordat zijn oorsprong ligt in de geest en de hoogste elementen van de ziel. Hij wordt nooit voor zelfbevrediging gebruikt en wordt door de hoogste beweegreden bezield; zijn tussenkomst wordt nooit ingeroepen om een wet te breken, doch werkt altijd in harmonie met het zichtbare en het ongeziene. Hij openbaart zich door het menselijke verlangen naar zichtbare dingen.


2. Hij is meer dan een vermogen van de ziel, want hij is de ziel aan de arbeid. De geest blijft ongeopenbaard, tenzij door de ziel. De ziel die de geest openbaart is de ware wil. De menselijke wil is de laagste vorm van deze openbaring.

3. Daar de ware wil de openbaring is van de geest door de ziel, omvat hij éénzijn met het goddelijke, voor zover de geest het goddelijke in de mens is. Hij is de God in de mens, een deel van het aldoordringende. Als hij zich kenbaar maakt, wordt de ware wil opgeroepen en zeggen we naar waarheid: Het is Gods Wil”.

Wij kunnen onze beperkte wil met de goddelijke verenigen door ons doel verhevener te maken, door hem voor het goede en het zoeken naar “God”aan te wenden, door ernaar te streven de weg te vinden om hem in harmonie te gebruiken met de Goddelijke wetten. Door een correct gebruik in de goede richting wordt de menselijke wil gezuiverd, opgeheven en als hij alleen aangewend wordt in overeenstemming met ons hoogste ideaal wordt hij één met het hoogste in de mens,.

In onze gewonen stoffelijke toestand kennen we alleen de menselijke wil. Door middel van de menselijke wil bereiken we de goddelijke wil. We worden ons bewust van de ware wil door de gewonen wil, op dezelfde wijze als ij ons van onze ziel bewust worden door middel van het lichaam. Hij is geen instinct van de ziel. De ziel is de vader van de menselijke wil – de geest is de vader van de ware wil.

***



Werk niet alleen maar voor de
Theosofische Vereniging,
maar door haar voor de mensheid.
We werken niet opdat mensen
zichzelf theosofen mogen noemen, maar
opdat de leringen die we kostbaar achten
het denken van een eeuw beïnvloeden
en een heilzame werking erop hebben.

H.P. Blavatsky

****


----------------------------


Met extra Kersteditie 2010


--------------------------------------

De belofte van kerst en de winterzonnewende
(uit de ‘Theosofia’- december 1992)
J.E. van der Stok

Prof. J.E. van der Stok was een groot ziener. In de vele lezingen die hij gaf, plaatste hij oude leringen in de actualiteit van het moment waarbinnen hij sprak en de gebeurtenissen op de innerlijke gebieden waarnam. Van der Stok trachtte het moment zelf werkelijke diepte te geven. Hij raakte het creatieve en intuïtieve vermogen van zijn toehoorders aan en voerde hen tot een hogere graad van ontvankelijkheid en ervaring. Voor hem slaat ontplooiing van de werkelijke functie van de mens centraal.

Het grote religieuze feest van kerst biedt ons mogelijkheden om een idee te krijgen van de werkelijkheid. De manier waarop wij gewend zijn dingen, levende wezens te benaderen, leidt niet tot enig aspect van de werkelijkheid. Wij leven vanuit illusie, een verkeerde visie. Vanwege onze extreme egocentriciteit zijn we verstrikt in een web van desillusie en illusie, van subject-object oppositie. Onafhankelijk of het nu mensen zijn, dingen of andere wezens, wij benaderen ze altijd als object en dus is er altijd een muur die scheidt. Er is altijd een botsing met deze muur met een daarbij behorende reactie en dus komen we nooit tot de werkelijkheid.
Er bestaat een zeer oude leerschool waarbij eerst tot onderscheid tussen het werkelijke en het onwerkelijke en op deze wijze tot een werklelijk inzicht moet worden gekomen. Daarna komt een besef van wat werkelijkheid is en zijn we in staat dingen en mensen met eerbied te benaderen. Er moet viveka en vairagya, onderscheidingsvermogen en ongehechtheid zijn. Dat impliceert eerbied, een eerbiedige benadering van dingen omdat dat de werkelijkheid is.

De goddelijke aanwezigheid is overal. Daarna komt de aanpassing van onze instelling, ons denken en handelen tot deze nieuwe visie, tot de ware werkelijkheid. Dit is het derde deel van de leerschool. Deze instelling maakt opofferende liefde vrij die vrijheid en geluk brengt. Zo wordt de aanraking met de werkelijkheid en zelfs dat wat daarachter is, hetgeen pure gelukzaligheid betekend, in ons hersteld.
Laten we dan nu de religieuze benadering van de werkelijkheid en de wijze om werkelijkheid, en zelfs dat wat daar achter verborgen ligt, proberen te herstellen. Het is de bestemming van de mens om tot de grondslagen te komen. We moeten proberen tot een begin en zelfs tot dat wat achter de grondslag en het begin ligt te komen. De werkelijke bestemming van de mens is transcendentie en opofferende liefde. Daarin ligt absolute vrijheid en bevindt zich geen begin en zelfs geen grondslag. Het gaat verder dan dat.

Het goddelijk kind

Op de eerste dag van het kerstfeest, op eerste kerstdag, zien we als eerste het beeld van het goddelijke kind. ‘Ons is een kind geboren’, zoals gezongen wordt in de kersttijd. Hieraan wordt toegevoegd ‘een Zoon gegeven’, maar het is het beeld van het goddelijke kind. Wat is de boodschap? Deze is onschuld, zuiverheid en het onvermogen tot verdediging. Het is een open denkhouding.
Hier zien we opnieuw onderscheidingsvermogen, maar op en andere wijze benadert. Hier is een waarlijk onschuldig inzicht, openheid en op de tweede plaats een openheid van hart, wat vairagya is. En op de derde plaats is er een openheid van zijn. Het gehele wezen van het kind is open, het is vrij van alle beperkingen waarmee wij als een ik, als een zelf, de dingen benaderen en beperkingen maken. Op de vierde plaats is er de spontane benadering van het kind dat in zijn eigen aard pure opofferende liefde is(*).Als eerste hebben wij zo het beeld van het goddelijke kind.


(*) Het is niet de liefde van de Christus in zijn volwassenheid, evenmin van de dochter in haar volledige vrouwzijn die beiden hun verzachtende krachten verspreiden.

Het tweede goddelijke beeld is dat van de jonge moeder. Zij is de vorm van ware deugd en zij is de substantie van diepe wijsheid. Hierin komen we tot de ware grondslag, omdat de diepe wijsheid er was voor de manifestatie. Ze was voor de sterren en de zonnen en voordat de goden er waren. Bij de gratie van de schoonheid van deze twee goddelijke beelden, door dit prachtige begin, komen we tot de juiste visie en de juiste benadering van wat de ware grondslag, werkelijke oorsprong en ware Werkelijkheid is. Dan zullen, zo waar als de dag volgt op de nacht, de visie en de benadering van het ware goddelijke licht en de ware vuren van goddelijk intellect, de krachten van de Heer van Licht, de goddelijke verdeler van licht en vuur, komen. Dit zijn de stimulerende krachten. Ze moeten komen als het begin wanneer wij de juiste grondslag hebben benaderd. Wijsheid was er zelfs voor elk begin en zij bepaalt elk begin, het ware licht en ware vuur.

Laten we nu terugkeren tot het beeld van het goddelijke kind. In de onuitsprekelijke en onbenaderbare schoonheid van zijn vorm, de schoonheid en heiligheid van zijn lichaam, ligt een groot en fundamenteel mysterie voor de mensheid. Het spreekt ook van de schone en diepe mysteriën van geboorte en dood en lijden voor dit jonge lichaam, dat ondanks zijn bovennatuurlijke schoonheid en zuiverheid moet lijden en sterven. Er is sterfelijkheid en het moet lijden. Het is alleen door het lijden dat de mensheid tot ware grondslag en het transcenderen van het begin kan komen. Deze waarheid is erg eenvoudig en direct. Het is alleen door sympathie, door diep mededogen, dat de mensheid z’n ware bestemming bereikt. Dit alles wordt geopenbaard in het beeld van het Kind. Een waar begin leidt tot werkelijke bevrijding en het leidt zelfs tot het omzetten van elk begin, elke einde en zelfs van elke bevrijding. Het leidt tot de krachten van verzoening en volledige vrijheid, de krachten van spontane schepping.

Het nieuwe begin

Volgens de oude traditie duiden het goddelijke kind en de goddelijke jonge moeder die gezien worden in een grot, het heilige magnetisme aan in de vorm van de levende rots. Er is een gloed in de atmosfeer, er is de gloed van bovennatuurlijk, transcendent vuur. Deze gloed spreekt van de hoogste kracht in de mens. Zo ligt de belofte van wat de mens zal zijn in dit heilige beeld van de maagd en ‘Le bel Bambin’, in de grot vervat. De grondslag, het begin en de ware gelofte en zelfs dat wat alles overstijgt liggen erin besloten.
De muren van de grot worden langzaam op een bepaalde manier donker en kleuren diep indigo. De stillen tem, die voorwaarde van het ware spreken, spreekt vervolgens. Het is het mysterie van het spreken dat in stilte is. De stem van de stilte is de moeder, de stille stem van diepe wijsheid. Er is de zekerheid van het nieuwe woord, het nieuwe gebod van de hoge gebieder. Er is het nieuwe dharma voor ieder mens en voor het nieuwe jaar, een zilveren toon die groeit tot de volheid van de volwassenheid vol gouden vervulling.
In het goddelijke beeld van het Christuskind ontvangen wij de diepe werkelijkheid en belofte voor de toekomst van elk kind. Wanneer het kind een dochter is, kan ze uitgroeien tot de volheid en volwassenheid en perfectie van het vrouw-zijn; tot haar in wie perfecte zuiverheid en diepe wijsheid, die de vorm van zuiverheid en de substantie van wijsheid is. Het is deze ware belofte dat de dochter verzoenende krachten zal losmaken die verbonden zijn met de diepe wijsheid en de fundamentele deugden.
Wanneer het een zoon is, is er de belofte dat hij zal uitgroeien tot de glorie en de volheid van de mannelijkheid van Christus, de verdeler van licht en van het goddelijke vuur van barmhartigheid, de bevrijder. Vanwege de prestatie van de dochter zal er overal diepe vreugde zijn en vanwege de prestatie van de zoon zal er diep transcendent geluk zijn. Dit is de belofte van de dag van Kerst die elk jaar terugkeert, elk jaar opnieuw.





De winterzonnewende

Op 22 december vindt de zonnewende plaats die de bijzondere schoonheid van deze periode aankondigt. Het is een belangrijk moment. De tijd is als het ware verdwenen en zij zijn voor het ogenblik in staat het moment van oplossing, van transcendentie en absolutie, aan te raken. Het karakter van kerstfeest is spontaniteit. Spontane creatie, die de speciale kracht is die behoort tot het meest essentiële van de mens, kan wanneer wij ons daarvoor openstellen, aangeraakt worden. We hebben dan een echt begin van het jaar en wanneer er een echt begin is, is er ook een werkelijke vervolmaking van het dharma.

Licht, vuur, vlam

In de negende sloka van Stanza 3 in De Geheime Leer van H.P. Blavatsky staat: ‘Licht is de koude vlam en vlam is vuur en vuur brengt warmte voort, die water oplevert; het levenswater in de Grote Moeder.’, H.P.B. zegt hierover dat ‘men moet bedenken dat de woorden ‘licht’, ‘vuur’, en ‘vlam’, die in de stanza’s worden gebruikt, door de vertalers daarvan zijn ontleend aan het spraakgebruik van de oude vuurfilosofen’, om de betekenis van de archaïsche termen en symbolen die in het origineel (van de stanza’s) zouden worden gebruikt beter weer te geven’. En in de voetnoot over ‘vuurfilosofen’ voegt zij toe: ‘Niet de middeleeuwse alchemisten, maar de magiërs en vuuraanbidders, aan wie de Rozenkruisers of de filosofen per ignem, “door het vuur”, de opvolgers van de theürgen, al hun denkbeelden hebben ontleend over het vuur als een mystiek en goddelijk element’.
Er zijn veel aspecten van het vuur die bestudeerd kunnen worden. Een belangrijk aspect is dat van het verterende vuur, verterend tot transcendentie, doorstraald als het ware violet. Een vuur dat is vermengd met de mysterie-essence die ook wel ‘het bloed dat alle zonden van de mensheid wegwast’ wordt genoemd. Dit vuur heeft een speciale zuiverende kracht en heeft veel aspecten.

Ook is er het mooie transparante, diepe en toch heldere rode vuur van Osiris, de middernacht-zon. Ook hier is weer de vermenging met violet, de kleur van transcendentie. Maar wellicht het krachtigste vuur is dat van de violet-gouden zon op het hoofd van de Heer van de mysteriën, het kind Horus of Harpocrates zoals Hij ook werd genoemd in de latere Griekse mysteriën.

Het vuur dat in het Oosten het vuur van Shiva wordt genoemd, vormt een ander aanzicht. Het is het ascetische vuur van Shiva, dat geheel anders is en meer zuiverend geel oranje vermengd met violet gloeit. Een andere vorm van dit vuur is dat van de Demiurgos (*) zoals hij werd genoemd door de neo-platonici. Een van zijn symbolen was het vuur-kruis. Dit is een liggend kruis dat, wanneer je het in een jaar bekijkt, vier armen heeft die wijzen naar de 10e november, februari, mei en augustus. Het ligt precies tussen het kruis van de kardinale punten. Dit vurige kruis staat symbool voor de Demiurgos. Het moet altijd in het gouden vuur zijn, het ware vuur van de cirkel dat het kruis draagt.

(*) Demiurgos (Gr.) De Demiurgos of Uitdenker; de hoogste macht die het universum bouwt. Aan dit woord ontlenen de Vrijmetselaren hun zin van de allerhoogste bouwmeester. Voor de occultisten is het de derde geopenbaarde Logos of Plato’s tweede God daar de tweede Logos door hem als de Vader werd voorgesteld, de enige godheid die hij waagde te noemen als ingewijde in de mysteriën. Blavatsky, H.P.: Het Theosofische woordenboek, pag. 63. Amsterdam 1906.

En nu op dit tijdstip, op de 22e december, draaien we het 45 graden zodat het verenigd wordt met het kruis van de kardinale punten en deze beide samensmelten. Dan zien we het weer vermengd met de mysterie-essence en wordt het op deze wijze meer dan ooit een zuiverende kracht. Het vuur dat goud en zilver en zelfs lood en ijzer transmuteert in zilver en goud en vervolgens zilver en goud transcenderend.

Het is het vuur dat alles schoon maakt totdat het zuiver wit wordt. Daarna wordt dit wit violet en transcendent. Het transmuteert zelfs het lichaam van de mens in een vlam. Deze Demiurgos is in elk aspect de Heer van tijd, Hij is de Heer van de vuur-aeonen.(**) We kunnen misschien proberen langs een andere weg een visie te ontwikkelen van dit transcenderende vuur. Dat van het vuur van de filosofen zoals zij door mevrouw Blavatsky werden genoemd. In sommige delen van haar boeken schrijft zij enthousiast over hen. Zij zijn de middeleeuwse en latere opvolgers van de neo-platonisten, van Jamblichus en Proclus. Zij zijn de ware Rozenkruisers en alchemisten van vroeger.

(**) ”…De Demiurgos is ook de heer van alle atomen, niet van de materie, dit is erg verschillend, maar van de atomen. Atoom is mannelijk, het is een kosmos, opnieuw mannelijk beeld. Hij is de Heer van alle kosmossen in het universum en ook van de atomen – de Heer van beweging, van manifestatie, speciaal in het uiteindelijke aspect van manifestatie die gesublimeerd en getranscendeerd wordt. Hij staat voor de hoogste Heer van de Heerscharen…”

De vlam van het lichaam

Een van de beroemdste alchemisten was de Engelsman Robert de Fluctibus, Robert Fludd. Deze alchemisten waren theürgisten, mannen van actie en niet in de eerste plaats filosofen. Zij wilden hun bijdrage leveren in het magnum opus, het grote werk.
Hun systeem bestond uit het uitwerken van drie principes in een wereld van vuur, vuur dat overigens vier aspecten bezat. Dit vuur, het goddelijke vuur is een aspect van opperste werkelijkheid. Iedere manifestatie moest volgens deze alchemisten teruggebracht en geplaatst worden binnen zijn grootste glorie. In het goddelijke vuur is een circulatie. Alles bestond uit cycli binnen het goddelijke vuur en er was in hun opvatting niets buiten dit goddelijke vuur.

De drie principes die verankerd waren in dit vuur waren hun nomenclatuur; geest, ziel en lichaam. Het lichaam had als symbool de vlam en het was door deze vlam – het lichaam fungeert hierin als een principe – dat de twee andere principes het goddelijke doel uitwerkten, dat van het goddelijk vuur door het derde principe. De vlam, het lichaam, vertegenwoordigt de objectieve wereld, de wereld van manifestatie en de zintuigen zoals we kunnen zeggen.

De vier aspecten van vuur waren: hitte of warmte, die zij leven noemden en die door warmte, die zij leven noemden en die door hen vertaald werd in termen van energie, een speciaal aspect van hitte. Vervolgens was er licht als de tweede energie, corresponderend met het verstand. Het derde aspect was elektriciteit, kamische of moleculaire energie zoals het door H.P. Blavatsky wordt genoemd. Tenslotte kwam het hoogste aspect van vuur dat genoemd werd, de synthetische essence, hetgeen volgens mij staat voor magnetisme. Aldus hebben we vier vormen van energie. Er is natuurlijk de vijfde vorm, die van de zwaartekracht, een transcendente essence die ze niet aanraakten.

Nu was het door de vlam van het lichaam dat de gehele wereld van openbaring van energieën tot een einde zou komen in die vlam. De gehele wereld van openbaring gaat op in de drie principes die werken door de vlam van het lichaam. Alle energieën werden hierdoor geconsumeerd en keerden terug tot het primordiale, primaire goddelijke vuur dat hierdoor glorieuzer en krachtiger was dan ooit. Wanneer we nu dit ook de aanraking geven van transcendentie, krijgen we een prachtige weg om het belangrijke moment van de transcenderende zonnewende te naderen. Dit moment van de glorie van de violette gouden zon op het hoofd van de Heer van alle mysteriën.

Dit moment valt buiten tijd, buiten de duur, buiten eeuwigheid. Maar het kan worden begrepen, en we kunnen er mee werken ook buiten de exacte datum van 22 december. En de totale glorie van de eerste week na de 25e december met de gloed van de kaarsen van het kerstfeest is een grootse getuigenis van de transcendente glorie van de winter zonnestilstand.


***

De inhoud van dit artikel is ontleend aan twee toespraken van Prof. J.E. van der Stok en opgenomen in de bundel: Prof. J .E. van der Stok: Talk and Adress, reprints from St. Michael’s News 1949-1964. Huizen:1980.

-----------------------------

Geen opmerkingen: